Het begin....

De ene hand die ik uitsteek naar jou
is het begin van een zee van warmte
die over de wereld rolt.
De ene hand die ik uitsteek naar jou
is een beweging die golft over de wereld.
De ene hand die ik uitsteek naar jou wordt een energie
die iedereen de kracht geeft
om een volgende hand uit te steken.
De hand uitreiken naar elkaar
is vragen: help mij, kom bij mij,
is zich kwetsbaar durven tonen,
is zeggen: ik ben er voor jou,
je bent niet alleen, we zijn samen.

Na een verblijf van twee weken in Sri Lanka (Negombo) ben ik weer thuis. Het is een overgetelijke ervaring geworden. Voor Lieve en Eric was het de zoveelste reis (5de en 2de); voor mij was het compleet nieuw. Niettegenstaande de raad van Viviane: "Bij je aankomst moet je de klik maken, de knop omdraaien" was het in het begin even moeilijk aanpassen. Allicht had ook de vermoeidheid van de heenreis er iets mee te maken (en het zout op de ananas bij het ontbijt). Een mooi begin: kotsen in de straten van Negombo! Bovendien waren we 's middags uitgenodigd bij de familie van Christopher (vertegenwoordiger van de vissersgemeenschap binnen de Christian Workers Movement). Het warme en gulle onthaal (en cola, speciaal voor de ontregelde maag) door de familie werkte helend. Weer nieuw voor mij: de gasten eten; de familie eet pas nadat wij vertrokken zijn. En... omdat ik niet ten volle had kunnen genieten van de maaltijd, werden we de week daarop opnieuw uitgenodigd.
's Anderendaags zorgden we zelf voor het ontbijt in het 'guesthouse' waar we verbleven (ananas zonder zout, lekkere bananen, brood en confituur... op een kartonnen bord want het tafelkleed was dringend aan een wasbeurt toe). Maar, als een mens zich weer gezond voelt kan een smoezelig tafelkleed het geluksgevoel niet verdrijven.
's Namiddags trokken we naar de school om te zien waar we konden helpen. Er was gestart met de bouw van de laatste wc (7 in totaal). Verder moest er een bijkomende watertank worden geïnstalleerd want de school (zo'n 700 leerlingen) kampte dagelijks met een watertekort. Eric aan de slag dus met het graafwerk. Lieve en ik voerden de aarde af (met één kruiwagen en een grote draagtas). De klus werd op één namiddag geklaard. Wat zouden we de andere dagen doen? Werk genoeg want de schoolomgeving lag er miserabel bij: overal steengruis en afbraakmateriaal dat wegens geldgebrek niet kon worden opgehaald. Rond de enige vuilbak die de school rijk was lag er 's middags al een hoop vuilnis waar de kraaien lustig in graaiden. Diezelfde beestjes hadden overigens nog voor andere decoratie gezorgd: de gevel van de school was van onder tot boven besmeurd met hun uitwerpselen.
Na enkele uren opruim- en reinigingswerk (met het oude getrouwe Vim) en met de aanschaf van 6 nieuwe vuilnisbakken was er toch al enige verbetering zichtbaar. Na ons vertrek zou het bijeengebrachte steengruis in een container worden geladen en weggebracht en zou de gevel van de school opnieuw geschilderd worden.
Natuurlijk hebben wij maar een spreekwoordelijk steentje verlegd. Het is zeker niet de bedoeling om de mensen daar het werk uit handen te nemen. Wat we wel hoorden was dat ze het gebaar sterk waardeerden: niet louter financiële steun maar betrokkenheid van mensen die zich op vele manieren met hart en ziel inzetten voor een beter leven voor hen die het moeilijk hebben.
De mensen die ik in Sri Lanka ontmoet heb zijn fiere mensen, warme, blije, hartelijke mensen. Ik heb meermaals bewonderend opgekeken naar hun initiatieven om vooruit te komen. Kleine, creatieve stappen die maken dat kinderen een toekomst krijgen, dat ze uitgroeien tot volwassenen die de zorg voor een gezin op zich kunnen nemen.
Het leven in Sri Lanka is niet duur (volgens onze normen) maar als je weet dat er praktisch geen sociale voorzieningen zijn, is het een voortdurende strijd om een menswaardig bestaan.
Neem bv. de vissersgemeenschap: gedurende een viertal maanden per jaar is de visvangst uiterst klein en de vrouwen die instaan voor het drogen van de kleinere vissen verdienen 200 à 250 roepies/dag (= anderhalve euro). Een kilo rijst kost gemiddeld zo'n 70 roepies (= 1/3 van het dagloon en dan hebben ze alleen maar rijst). De vrouwen werken hiervoor de hele dag op het strand, in de brandende zon. De vissen, die uitgespreid worden op enorme matten, moeten drie maal daags één voor één worden omgedraaid. Wie niet kan werken verdient niets en dus zijn jonge moeders gedwongen om hun baby mee te nemen naar het strand.
We zagen in het vissersdorp dat mensen zich op straat aan de kraan moesten wassen en hun was doen. Van de 200 huisjes zijn er 40 die niet over water beschikken.
Vandaar de idee om misschien volgend jaar in dat dorp een gebouwtje op te trekken met enkele douches en een wasplaats.
Ik begrijp nu beter de gedrevenheid van de mensen die zich hier inzetten voor de Martin De Kegel Foundation. Reportages en getuigenissen zullen nooit een volledige weerspiegeling kunnen geven van het gevoel en de ziel die erachter schuilen. Je moet het meegemaakt hebben! Ik ben er zeer dankbaar voor.

Anette